De gemeente is een tweeling
Inwoners zullen het woord 'integraal' niet zo snel gebruiken, maar dat is wel de manier waarop zij naar maatschappelijke vraagstukken kijken en hoe zij hun leefomgeving beoordelen. Hun leefwereld past niet één-op-één in de domeinen en beleidskaders waar gemeenten mee werken. Wat betekent dat voor de aanpak van een Wijken- of Dorpendeal? Adviseur Antoinette Meys laat haar gedachten de vrije loop.
In de praktijk van de Wijken- en Dorpendeals ziet Antoinette Meys het vaak gebeuren: plannen van inwoners duwen tegen de hekjes en grenzen van het systeem aan. De logica van buurtbewoners is een andere dan de praktijk van ‘de gemeente’. “Dat proces heeft onze aandacht nodig, want de teleurstelling ligt voor het oprapen als je dit niet goed begeleidt en stuurt.”
Een tuin kan wel, een container niet
Antoinette noemt een voorbeeld van een sociale oogsttuin, waar ze zelf als adviseur bij betrokken was. “Het begon met het plan om samen gezonde groente te verbouwen. Dat breidde uit naar het bieden van een plek aan mensen met een verslavingsachtergrond. Maar ja, gereedschappen moeten ergens worden opgeslagen, dus er moet een schuurtje bij. Even schuilen als het plenst, is wel zo handig. En misschien even een kop koffie kunnen maken? Dat zou mooi en goedkoop kunnen als je er een container neerzet. En zo groeit een idee uit tot een steeds mooier plan.”
De gemeente kijkt daar heel anders naar. De afdeling groenvoorziening heeft er niet alleen iets over te zeggen, er speelt nog veel meer. Een container past niet aan de rand van een ecologisch park. Dan krijg je te maken met het omgevingsbeleid van ruimtelijke ordening. En ook de bebouwde oppervlakte, zoals het gereedschapsschuurtje, mag niet op deze grond met groenbestemming. “Dat kun je star vinden, of overdreven regeldruk, maar in een ander geval heb je juist voordeel van diezelfde regels, omdat je als buurtbewoners – ik noem maar wat - de uitbreiding van een geitenboerderij tegen wil houden.”
De gemeente is een tweeling
Het perspectief van de inwoners wringt met de gemeentelijke manier van denken en werken. Antoinette: “We hebben het altijd over ‘de gemeente’, maar we moeten ons realiseren dat ‘de gemeente’ uit twee partijen bestaat, elk met eigen uitdagingen en belangen.” Aan de ene kant zijn er betrokken ambtenaren die tot plannen willen komen met een breed draagvlak. Ze zijn op zoek naar de beleidsruimte en hebben te maken met inwoners die het niet per se eens zijn met elkaar. Bij wijze van spreken staat voor de een die picknicktafel in het park voor ontmoeting, terwijl een ander al voor zich ziet wat een overlastgevende hangplek dat gaat worden.
Een ambtenaar heeft rugdekking nodig van de wethouder
De tweede partij is de wethouder. Die is verantwoordelijk voor het gemeentelijk beleid in zijn of haar portefeuille en moet zich als bestuurder kunnen verantwoorden aan de raad. Antoinette: “Om ambtenaren te laten slagen in hun missie om samen met inwoners beleid tot leven te brengen, moet de wethouder hen rugdekking en vertrouwen geven; een bepaalde mate van mandaat. Je kunt niet elke centimeter dichttimmeren en alles controleren in het proces van een wijken- en dorpendeal.”
Smeerolie tegen gedoe
Een wijkregisseur kan in dit proces van inwoners, wethouders en ambtenaren voor de onmisbare smeerolie zorgen. Een wijkregisseur spreekt de taal van de inwoners en kent de wereld van de gemeente. Antoinette: “Ook vanuit de Leefbaarheidsalliantie kunnen we helpen om het proces soepel te laten verlopen en alle betrokken partijen op één lijn te krijgen. Maar de rol van de wijkregisseur of gebiedsmakelaar binnen een gemeente is niet te onderschatten! Bovendien zijn wij in principe alleen betrokken bij de totstandkoming van de deal; na de ondertekening bieden we nog minimale ondersteuning. Daarna vertrekken we weer.”
Je kunt niet elke centimeter dichttimmeren en controleren
Het minimum wat je kunt doen om gedoe te voorkomen is vooraf duidelijk maken wat de kaders zijn, bijvoorbeeld in budget en beleid (denk aan omgevingsvisie of visie op gezondheid en leefomgeving). Daarmee voorkom je alvast onnodige teleurstellingen.
Plannen maken voor een Wijken- of Dorpendeal is sowieso een zoektocht. Soms een leuk avontuur, dan weer een weg met voetangels en klemmen. Kijk je star naar de verordeningen of zit er rek in de interpretatie? Is het beleid aan de tekentafel ontworpen of ook met oog voor de praktijk?
Een wijkregisseur kan voor de onmisbare smeerolie zorgen
Het eindigt met lef
En ten slotte kan de gemeente een portie lef gebruiken, voegt Antoinette er nog aan toe. “Als plannen binnen de kaders passen, moet je daar als wethouder in principe in mee gaan. Ook als je het zelf liever iets anders had gezien.”