Leefbare wijken en dorpen, die maken we samen

Bijeenkomsten en evenementen

We kijken niet eerst in een Tv-gids, maar streamen als het ons uitkomt. Boodschappen kun je online bestellen om thuis te laten bezorgen. Verhitte ruzies op de voorbank (met een veel te grote landkaart op de kop) zijn verleden tijd sinds er navigatie is. Thuis passen we ons zo flexibel aan aan de vele veranderingen in het dagelijks leven. Maar binnen de kantoormuren nemen planning & control het weer over. “Hoe kan het dat we als individu zoveel verandering aankunnen en als organisaties niet?” Die vraag stelt Ferenc van Damme. Hij spreekt op het symposium dat de provincie en de Leefbaarheidsalliantie op 5 februari organiseerden, onder de titel: Leefbare wijken en dorpen, die maken we samen.

Ferenc van Damme was jarenlang innovator bij de provincie Overijssel en oogt als het tegendeel van formeel, met zijn bonte shirt en lange grijze baardje. De samenwerking tussen overheid en inwoners heeft zijn permanente belangstelling. Al als medewerker van de provincie zocht hij antwoorden op de vraag hoe je als overheid en inwoners goed samenwerkt. Hoe creëer je goed bestuur? Het is leren in de praktijk, een levend verhaal. De wereld is te complex en de veranderingen gaan te snel voor statische methodieken.

Ferenc van Damme spreekt tijdens Wijken- en Dorpendeal symposium

Acht soorten mensen: een denkmodel

Iedereen is natuurlijk uniek, maar om de werkelijkheid behapbaar te maken, zijn mensen globaal prima in te delen in de hokjes van een model. Het mentality-model van Motivaction onderscheidt acht typen mensen op grond van hun leefstijl en sociale milieu. Je hebt de mensen die omkijken en zeggen: ‘vroeger was alles beter’ en de moderne gezinnetjes in de vinex-wijk. Mensen die werken om te kunnen genieten en anderen die werken om rijk te worden. Er zijn idealisten (in de ogen van anderen betweters), wereldwijze kosmopolieten en de mensen die denken ‘meten is weten’. Onder de jongste generatie tref je veel impulsieve individualisten: energiek, enthousiast maar ook weer snel verveeld. En waarom is dit interessant? Omdat elke groep een andere visie heeft op wat leefbaarheid is. En zelf ben je natuurlijk ook een type.

Hoe kan het dat we als individu zoveel verandering aankunnen en als organisaties niet?

Vier groepen om plannen voor elkaar te krijgen

Je gaat voor leefbaarheid en wil er met elkaar de schouders onder zetten. En of je nou een initiatiefrijke inwoner bent, een ambtenaar, een wijkregisseur of een dorpendeal begeleidt: dan moet je mensen mee zien te krijgen. De verschillende belevingswerelden van mensen zijn terug te brengen tot vier manieren om in de samenleving te staan:

  • verantwoordelijken (een krimpende groep van circa 37%)
  • plichtsgetrouwen (8% de groep krimpt nog sneller)
  • structuurzoekers (een groep van 34% die jaarlijks 2% groeit)
  • pragmatici (21%)

Om je droom waar te maken en een plan van de grond krijgen, heb je het meest aan de verantwoordelijken. Zij gaan voor een ideaal en hun positiviteit is aanstekelijk (als ze niet belerend gaan doen). Plichtsgetrouwen haken gemakkelijk aan. De grote kunst is om de structuurzoekers mee te krijgen. Ze zijn hun vaste waarden kwijt en weten niet wat er komt (mijn dorp is mijn dorp niet meer). Die onzekerheid maakt dat deze groep in eerste instantie overal tegen is en een hekel heeft aan de verantwoordelijken. Het vraagt engelengeduld.
De pragmatici ten slotte, vang je niet met de vraag of ze vrijwilliger willen worden. Maar als je een aanstekelijk verhaal hebt, flexibel kunt zijn en oppert hoe zij impact willen maken, heb je al meer kans dat ze ervoor willen gaan.

Hoe ga je daarmee om?

Een indeling naar een model helpt om de werkelijkheid te begrijpen, maar helpt nog niet bij een werkende aanpak. In zijn workshop gaat Ferenc verder in op de praktijk. Om te beginnen met je eigen houding. Zijn advies: wees oprecht en doe als gelijkwaardige mee in dialoog. Luister, stel vragen en vermijd bewust vooroordelen. Laat je hart meer spreken dan je verstand. Andere sleutelwoorden: tijd, vertrouwen, passie, kennis, kwetsbaarheid, flexibiliteit, helderheid, openheid, lef, humor, gezond verstand en vooral écht (mede)eigenaarschap.

Ferenc van Damme acht belevingswerelden
Om een plan van de grond krijgen, heb je het meest aan de verantwoordelijken

Ladder van eigenaarschap

Terug naar de gemeente en de inwoners. Want behalve de vraag wie er meedoet, meestribbelt, tegenwerkt of afzijdig blijft, speelt er nog iets heel anders. Ferenc noemt het de Ladder van eigenaarschap, afgeleid van de participatieladder. Het komt erop neer dat als je wil dat inwoners verantwoordelijkheid nemen en zich eigenaar maken van een vraagstuk, daar een faciliterende houding van de gemeente voor nodig is. Samenwerken met inwoners komt eveneens van twee kanten. Als de gemeente een probleem zelf wil oplossen en geen inspraak duldt, herken je dat aan de gesloten autoritaire stijl. Daartussen zit een consultieve, consulterende, participerende en delegerende bestuursstijl. Met steeds een trapje meer inspraak en verantwoordelijkheid bij de inwoners. Advies als het plan al klaar ligt, advies in de beginfase, meebeslisser, samenwerkingspartner, initiatiefnemer/eigenaar.

Vier denkstappen

Een project begint bij de ladder: op welke trede sta je. Is het voor iedereen duidelijk waarom dat zo is? Wat zijn de spelregels? Welke rol heeft ieder en welke verantwoordelijkheid hoort daar dan bij? Welke belevingswerelden doen mee, met wie ga je de klus klaren? Pas dan ben je toen aan de vraag hoe je het gaat doen.
Hoe kleiner en concreter hoe beter. En tot slot: denk bij echte co-creatie niet in weken of maanden, maar in jaren.